Ik begrijp niets van integratie

Ik begrijp niets van integratie

In de afgelopen twee weken heb ik het me afgevraagd. Is de integratie binnen Nederland wel een beetje aan het lukken? Zijn we bezig elkaar te begrijpen? Of hebben we elkaar volledig uit het oog verloren. Ik kwam er op door een bijeenkomst in Apeldoorn waar ik verhalen hoorde over de wijze waarop kinderen van arbeidsmigranten (2e en 3e generaties na onze ‘gastarbeiders’) vertelden over hun ervaringen. Daarnaast werd me pijnlijk duidelijk dat tijdens de actie ‘Vakantiegeld Samen Delen‘ ook de groep met migratieachtergrond het zwaar heeft. En in het rapport over veerkracht in wijken in Apeldoorn worden de wijken benoemd die aandacht nodig hebben. Daar lijkt een bovenmatig deel van de bewoners een buitenlandse achtergrond te hebben. Vanuit welke generatie ook.

Gevoeligheden

Het gesprek over migratie zit al snel vol met gevoeligheden. Dat snap ik wel, want over het algemeen probeert een ieder elkaar wel te begrijpen. Maar ‘je gaat het pas zien als je het door hebt‘ zei een groot voetbaltrainer ooit. En ik denk dat we elkaar niet door hebben. Daarom begrijp ik ook niets van integratie. Immers, hoe kan ik me voorstellen hoe het is om hier als kind van een arbeidsmigrant op te groeien. Waarin je ouders of grootouders de titel gastarbeider hadden. Zelfs misschien ooit de ambitie hadden om weer terug te gaan naar hun mooie thuis-land. Meestal gebeurde dat niet.

Hoe kan ik me voorstellen hoe het is om te worden behandeld als iemand van kleur. Die, meer dan ik ooit heb meegemaakt, niet dezelfde kansen krijgt als die ik heb gekregen. Want hoe je het ook bekijkt kansongelijkheid bestaat. En is aan de orde van de dag. Ik moest terugdenken aan dit boek uit 1985. Ook toen al.

Een diepgeworteld probleem

In de afgelopen weken heb ik ook veel met mensen gesproken over de essentie van de problematiek. Als je hier geboren bent, zorgeloos bent opgegroeid, een opleiding en werk hebt, gezond bent, dan zie je niet wat er op sommige plekken gaande is. De politieke omgeving heeft me dat nu meer laten inzien.

En als je dus niet weet: Hoeveel moeite de ‘ander’ heeft moeten doen om mee te mogen doen, nog elke dag moet strijden omdat je achternaam je herkomst verraad en je daarom bij een sollicitatie al terzijde wordt gelegd.

Dat er quota’s moeten worden vastgesteld, anoniem solliciteren en beoordelen nodig is. Dat we ons niet bewust zijn van een natuurlijk ingebakken vooroordeel. Het is teleurstellend. Dat we hier wat vinden van het ontstaan van wijken waarin bewoners met soortgelijke afkomst zich met elkaar vestigen en niet zien dat √©lke groep in het buitenland dat ook doet. Kijk naar de Nederlandse (of expat) wijken in elke grote internationale stad. En is dat uberhaupt een probleem? En dan heb ik het nog niet eens over gender, geaardheid of handicaps. Hoe inclusief zijn we eigenlijk met elkaar als we steeds meer kleine losse groepjes vormen? De politiek wordt er niet beter van al die kleine partijen.

Ik begrijp er dus niets van

Ik heb dus nooit gevoeld wat een ‘buitenlander’ hier in de samenleving voelt. En kan me er dus niets bij voorstellen. Ik heb geen kleurtje en ik ben niet gehandicapt. Ik heb veel van de 7 vinkjes. Het is niet goed te begrijpen als je het niet hebt ervaren. En juist daarom luister en leer ik. Om ook maar heel iets te kunnen doen in de aanpassingen van de samenleving.

Al heb ik ook moeite met elk ‘label’ dat we op deelgroepen plakken. Op het moment dat je groepen in hokjes plaatst is er direct ook een verschil. Jij bent anders dan mij. En ben je niet meer samen. Ontstaat polarisatie wellicht. Maar het er niet over hebben kan ook niet.

Laten we vooral wat meer samen zijn, met elkaar. Beseffen dat we misschien ook vooroordelen hebben. Fouten maken en luisteren. Leren. Niet veroordelen.

In Apeldoorn

In Apeldoorn gebeurt deze week ook van alles. Als aanloop naar Keti Koti. Goed dat we ook hier stilstaan bij het slavernijverleden van dit land. De periode waarin dit is gebeurd heeft ons wellicht veel gebracht, maar kostte veel van anderen die tot slaaf gemaakt werden. Al bijna 160 jaar is dat voorbij. Al is er nog steeds die pijn. Pas als we die echt leren te begrijpen van elkaar is de integratie misschien meer gelukt dan nu. En zijn quota’s, nieuwe feestdagen, anonieme sollicitaties niet meer nodig.

Ik ga me daar, gewoon beginnend in Apeldoorn, direct voor inzetten. Dat kan ik niet alleen, maar met iedereen samen komen we er!

Gepubliceerd door Hans van Gerrevink

1969, Apeldoorner van geboorte en in hart en nieren gebleven. Al 25 jaar woonachtig in Osseveld-Oost. Opgegroeid met de kernwaarden van het CDA in de Apeldoornse Metaalbuurt. Enthousiast en energiek. Mantelzorgt voor moeder. Klimaatburgermeester, aanvoerder, hardloper en verbinder.